Geschiedenis KT De Violier

Op 25 juli 1903 werd, op initiatief van de heren Van Weyenbergh, Kuyl, Demesmaecker, de Saint-Rémy, Van den Borre, Van den Breeden, Van Hamme en De Leeuw een nieuwe toneelmaatschappij, De Violier, gesticht te Vilvoorde. Tegen een achtergrond van een tumultueus zeer bewogen politiek landschap, wist De Violier een eigen code te respecteren en zich in een korte tijdspanne te integreren zowel in het culturele als in het sociale leven van de stad. Vrij snel slaagde deze pas gestichte vereniging erin een benijdenswaardig peil te bereiken. De opvoeringen werden een enorm succes en getuigden van een hoogstaande kwaliteit, hetgeen de massale opkomst voor de opvoeringen bewees. Optredens te Mechelen en te Breda schonken De Violier een stevige reputatie ook buiten onze stadsgrenzen.

Tijdens de ziedende periode gedurende de Eerste Wereldoorlog bleef de Violier uiterst alert en waakzaam. Tijdens de oorlogsjaren werd het culturele leven derwijze dooreen gehaald dat er van opvoeringen en feesten geen sprake kon zijn, maar toch bleef De Violier actief. In samenwerking met andere kringen leverde de kring voornamelijk filantropisch werk in de vorm van toneelopvoeringen of geldinzamelingen. Een deel van de voorradige kasgelden werd gespendeerd aan menslievende acties om de nood te lenigen van de oorlogsslachtoffers en om pakketten met voedingswaren naar de krijgsgevangenen te sturen.

Na de verplichte culturele stagnatie kon de vereniging zich weer gaan inzetten voor de heropbloei van De Violier en dit in een periode dat er rekening moest gehouden worden met de opkomst en de stijgende populariteit van de bioscopen die een enorme massa volk wisten te lokken.

De Violier herstelde zich vrij vlug en wist in een mum van tijd weer aan te knopen bij de vroegere traditie. Door een reeks schitterende producties te brengen werd de concurrentie van de bioscopen tot een minimum herleid. Binnen de nieuwe oriëntatie die zich in de Vilvoordse toneelwereld aftekende speelde De Violier een belangrijke rol door afstand te nemen van de vastgeankerde apartheidspolitiek en te streven naar een verbroedering tussen de zustermaatschappijen binnen en buiten de regio.

Op 25 juli 1925 volgde de Heer Goossens de heer Van Weyenbergh op als voorzitter van De Violier. Hij kon meteen beginnen aan de voorbereiding van het 25-jarig bestaan van de kring. Ondertussen bleef het De Violier voor de wind gaan daar men zoals in de verslagen vermeld staat ” moeilijkheden ondervond om alle toeschouwers te plaatsen.”

De stipte en planmatige uitvoering van de feestelijkheden ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum van de kring leidde tot een indrukwekkende manifestatie. Ter gelegenheid van dit jubileum verwierf de vereniging de titel van “Koninklijk” en werd er gestart met een Jeugdafdeling.

In de jaren dertig echter leed De Violier, zoals alle andere maatschappijen, onder de benarde tijden. Niettegenstaande de sociaal-economische achteruitgang wist De Violier de programma’s van ieder speelseizoen nauwgezet af te werken volgens het geijkt stramien van kwaliteit door inzet. In 1930 behaalde De Violier in het Tornooi van de Stad Vilvoorde ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de Belgische Onafhankelijkheid, de eerste prijs. In 1931 behaalde De Violier de eerste prijs, de beker van Koning Albert en vijf onderscheidingen te Brussel in de wedstrijd KTV “De Vlamingen”. In 1936 behaalde De Violier de tweede prijs op het landjuweel te Brussel en in 1938 een vijfde plaats op het Landjuweel te Leuven. Op 27 augustus 1938 aanvaardde de Prins de Mérode het beschermheerschap over De Koninklijke Toneelvereniging De Violier.

De meidagen van 1940 zorgden voor een bruuske omwenteling. De voorwaarden die aan de kringen werden opgelegd om tijdens de bezetting aan de slag te kunnen blijven waren hopeloos. Het cultuurleven werd door de bezetter in strikte banen gehouden.Voor dergelijke manipulaties was KT De Violier geenszins te vinden. Zelfs het filantropisch werk dat De Violier had verricht tijdens de Eerste Wereldoorlog werd aan banden gelegd. De vereniging wou zich een autonome positie garanderen op cultureel vlak en trok zich terug in een gewilde afzijdigheid ten opzichte van ieder initiatief om het plaatselijke geestesleven om te buigen en te onderwerpen aan een strakke reglementering in dienst van een voor De Violier onaanvaardbare wereldvisie.

Het heropnemen van de activiteiten na de oorlog bracht ook andere initiatieven met zich mee. De Jeugdafdeling kreeg ” een aparte avond voor hun eigen voorstellingen” en er werden nieuwe leden aangeworven. Structureel en financieel weer helemaal hersteld, kon de kring de toekomst rustig tegemoet zien. In 1948 mocht De Violier zich verheugen in het lidmaatschap van niemand minder dan Herman Teirlinck.

Begin van de jaren vijftig stond volledig in het teken van de viering van het 50-jarig bestaan van KT De Violier. Deze viering “die onder de hoge bescherming van Zijne Majesteit de Koning der Belgen stond” vormde een unicum in de annalen van de toneelwereld voor een maatschappij die haar vijftig jarig bestaan viert. Aan het tornooi dat voor deze gelegenheid werd georganiseerd, namen niet minder dan acht toneelverenigingen deel om als laureaat de Prijs van de Koning te behalen. De wedstrijd kende een schitterend verloop en de slotvoorstelling door KT De Violier vormde een weergaloze kroon op een hoogstaande manifestatie.

Op 29 mei 1954 wordt de heer Frans Goossens als voorzitter van KT De Violier opgevolgd door de heer Roger Bladt, die sedert 1949 leider van de Jeugdafdeling was. De nieuwe voorzitter besloot over te gaan tot rekrutering van nieuwe spelers. Onder zijn leiding werd werk gemaakt van het opnieuw nauwkeurig samenstellen en inventariseren van de archieven en bezittingen van KT De Violier. De herstructurering van het bestuur, de secure afwerking van opdrachten en de aanwinst van nieuwe spelers gaven aan De Violier voldoende garanties om een gegarandeerde toekomst in het vooruitzicht te stellen. Tijdens deze periode werd de heer De Wit, ondervoorzitter van KT De Violier, voorzitter van Het Gewestelijk Toneelverbond, en nam De Violier deel aan het Provinciaal en het Nationaal Toneeltornooi. Tevens was KT De Violier een van de grote promotoren voor het inrichten van declamatiewedstrijden voor de jeugd en wierp de vereniging zich op als een meer dan geïnteresseerde gesprekspartner voor een uitwisselingsprogramma van toneelgroepen tussen België en Nederland. Tijdens de voorstelling van “Laura” mocht de Violier zich in de aanwezigheid verheugen van de auteur Staf Knop. In 1961 werd Roger Bladt benoemd tot voorzitter van het Provinciaal Toneelverbond.

In het begin van de jaren zestig kregen de toneelverenigingen af te rekenen met een algemene malaise te wijten aan de geduchte concurrentie van de televisie. Dit verschijnsel zette de kring ertoe aan hedendaagse werken in de programmering op te nemen en nog meer nadruk te leggen op verzorging en kwaliteit van de producties.
Deze malaise bleef echter aanslepen tot De Violier zich toespitste op de moderne Amerikaanse drama’s en volle zalen wist te lokken met “Van de brug af gezien” van Arthur Miller en “Kat op een heet zinken dak” van Tennessee Williams
De ambtsperiode van de Heer Bladt onderscheidt zich voornamelijk door het deelnemen aan allerhande wedstrijden in binnen en buitenland. In het Provinciaal Toneeltornooi behaalde men uitmuntendheid; de Violier verwierf het Muyldermansjuweel en de Violier verdedigde de Belgische kleuren op het internationaal eenaktersfestival in Nederland.

Tijdens de viering van het 75-jarig bestaan van de kring wou men tijdens het speelseizoen 1978-1979 de publieke opinie sensibiliseren voor het cultuurpatrimonium en de hoogstaande toneeltechniek van KT De Violier. Het beleid van de kring zette de acteurs ertoe aan niet alleen plaatselijke maar ook nationale en internationale uitdagingen aan te gaan en zij wisten zich met vlag en wimpel op elke wedstrijd te onderscheiden.

Met werk van eigen bodem, “Vrijdag” van Hugo Claus en “De bende van Jan de Lichte” van Louis Paul Boon in een bewerking van Pieter De Prins zette De Violier een stap in de richting van een nieuwe koers. Met “Equus” van Peter Shaffer in een regie van Josse Ceulemans zette de Violier een prestatie op de planken die niet moest onderdoen voor het professionele theater.

Met “Edward II” van Josse Ceulemans in een regie van de auteur verstevigde De Violier de nieuwe aanpak die de basis zou vormen van de nieuwe beleidsnorm die de kring zich had gesteld.

In januari 1989 werd de heer Roger Bladt opgevolgd door de heer Josse Ceulemans als Voorzitter van KT De Violier. Met een volledig vernieuwd bestuur en een nieuwe leiding voor de Jeugdafdeling werd meteen duidelijk dat deze ploeg borg zou staan voor een nieuwe en zekere wissel op de toekomst. Onder de leiding van de nieuwe voorzitter blijkt al duidelijk dat hij het niet zo begrepen heeft op wedstrijden en deelnemen aan allerhande tornooien om bekertjes en juweeltjes in ontvangst te kunnen nemen. De kracht van een vereniging ligt volgens hem bij een hechte band tussen spelers, technische ploeg en bestuur. Een combinatie van deze drie moet borg staan voor toneel van hoogstaande kwaliteit dat een publiek weet te boeien. De rest mag en kan, maar KT De Violier zal een eigen koers varen met een stevig schip dat drie onwrikbare principes hoog in het vaandel zal voeren kwaliteit, spektakel en het publiek verwennen!

Met de voorzitter als auteur en regisseur weet KT De Violier inderdaad te boeien en te verrassen met spektakelstukken die de normen van het amateurstoneel verleggen en de toeschouwers laten genieten van een totaalspektakel dat adembenemend, ontroerend, soms hilarisch en soms rauw-menselijk is.

De Jeugdafdeling van KT De Violier heeft zich opgewerkt tot een hechte kliek van jonge gedreven mensen die de geest van het jeugdtoneel respecteren en het onvervalste
” jeugdtoneel voor en door de jeugd ” op de planken zetten. De respons van de ouders en de bomvolle zalen zijn voor ons een riem onder het hart in ons streven naar volwaardige ontspanning voor onze jeugd.

Als auteur heeft Josse Ceulemans het Vilvoords dialect als toneeltaal ontdekt en heeft hij met zijn voltallige ploeg een paar figuren ten tonele gevoerd die in het geheugen zijn blijven hangen en volledig vergroeid zijn met de Vilvoordse volksaard.
Het jaar 2003 is een mijlpaal in de geschiedenis van KT De Violier. Dit jaar vieren wij het honderdjarig bestaan van onze vereniging en het vijfenzeventigjarig bestaan van onze Jeugdafdeling. Een Academische Zitting volgens een vernieuwd concept, een originele tentoonstelling in de feestzaal van het stadhuis, waarin wij de evolutie van onze toneelvereniging zullen in beeld brengen aan de hand van enkele merkwaardige beelden die het oude Vilvoorde weer zullen oproepen, vormen de opening van dit feestelijk jaar voor KT De Violier en zijn talrijke sympathisanten. Onze programmering werd volledig samengesteld door de keuze van ons trouw publiek: een nieuw toneelwerk in het Vilvoords dat een aaneenschakeling wordt van lachsalvo’s, een nieuw toneelwerk voor de jeugd, een herneming van “Laatstejaars” of de komische lotgevallen van een aantal studenten tijdens het laatste jaar van de humaniora en wij sluiten ons feestjaar af met een superproductie waarvan wij, om de spanning erin te houden, nog niets willen onthullen.

Wij zijn trots en fier deel uit te maken van een kring als KT De Violier en wij zijn onze voorgangers,de generaties acteurs en actrices, technische ploegen, medewerkers en bestuursleden, zonder onderscheid, dankbaar dat zij “inhoudelijk innig verbonden met een waakzaam bestuur” de verraderlijke klippen van twee wereldoorlogen wisten te neutraliseren en de verraderlijke klippen van de opkomst van bioscoop en televisie wisten te omzeilen om de Violier gedurende al deze tijd een plaats te bezorgen aan de top van het liefhebberstoneel.

KT De Violier is zijn trouw, steeds aangroeiend publiek, meer dan dankbaar voor hun talrijke aanwezigheid tijdens de voorstellingen. Voor ons publiek, door ons publiek en met ons publiek trekken wij een gegarandeerde wissel op de toekomst en beginnen wij vol moed en met een niet aflatende inzet aan een nieuwe periode van 100 jaar.

Ad multos annos.
Koen Leys